Manifest

Doel

Het Initiatief voor Omnicratische Partijen moedigt de oprichting van onafhankelijke maar op elkaar afgestemde omnicratische partijen aan op lokaal en nationaal niveau, over de hele wereld.

Het Initiatief voor Omnicratische Partijen wil echte “politiek” doen herleven, waarbij lokale gemeenschappen opnieuw meer verantwoordelijkheid nemen in ruil voor meer gezaghebbend zelfbestuur.

Het Initiatief voor Omnicratische Partijen stimuleert en ondersteunt initiatieven die meer begrip tussen verschillende culturen maar ook een vreedzame samenleving bevorderen.

Basisprincipes

ZELFBEHOUD

Iedereen heeft het recht om zijn persoonlijk bestaan te behouden en volledig te ervaren en heeft dus het recht om zijn identiteit te beschermen.

Iemands identiteit is niet beperkt tot iemands naam, geslacht en uiterlijk. Identiteit omvat ook hoe iemand deelneemt in de samenleving, zowel lokaal als daarbuiten. Daarom houdt het behoud van iemands identiteit ook in het behouden van iemands ethiek en seksuele geaardheid, iemands politieke, economische, spirituele en religieuze opvattingen en overtuigingen. Zolang anderen niet beperkt worden in hun eigen ervaring van hun persoonlijk bestaan.

BEHOUD VAN CULTUUR

Zelfbehoud houdt dus ook in dat mensen het recht hebben om hun cultuur te behouden. Gemeenschappen hebben het recht om hun waarden en tradities te blijven ervaren en uiten, zolang ze andere culturen hetzelfde recht laten genieten.

Het belangrijkste doel van het behoud van cultuur is ervoor zorgen dat het leven op deze planeet zo divers en zo rijk mogelijk blijft.

OMNICRATIE

Vandaag de dag kan een omnicratie als een meer geavanceerde, meer rechtvaardige en meer efficiënte vorm van democratie of directe democratie worden beschouwd. Een omnicratie maakt een meer directe participatie van burgers in hun lokale en nationale bestuur mogelijk.

Waar in een democratie de meerderheid regeert, t.t.z. beleid oplegt aan de gemeenschap of het land – via de verkozen vertegenwoordigers van de meerderheid is het in een omnicratie mogelijk voor lokale gemeenschappen om een alternatief beleid en bestuur aan te nemen.

Het Initiatief voor Omnicratische Partijen promoot en onderschrijft deze vorm van bestuur, omnicratie, omdat het lokale gemeenschappen, ongeacht hun omvang, en individuele burgers in staat stelt rechtstreeks en effectief invloed te hebben op bestuur op elk niveau. Concreet is het het beste alternatief voor gecentraliseerd bestuur en voor de hedendaagse “democratie”.

OMNICRATISCHE GLOBALISERING

De voortzetting van de globalisering is onvermijdelijk. Het internet is tenslotte het centrale middel dat mensen in staat stelt om de wereld verder te verkennen, buiten hun eigen lokale culturen.

Individuen en bevolkingen geven zelf aan, vooral door hun internetactiviteiten, dat hun interesse in en steun voor andere culturen blijft toenemen. Lokale tradities ook in verre landen worden aan de andere kant van de wereld overgenomen en protesten in andere delen van de wereld leiden tot opstanden in lokale gemeenschappen. Het is een omnicratische globalisering in een van zijn puurste en krachtigste vormen. Het is het soort globalisering dat het Initiatief voor Omnicratische Partijen niet alleen promoot maar ook probeert uit te breiden en te cultiveren.

De andere vorm van globalisering, maar die steeds meer wordt afgewezen, is de zogenaamde democratische globalisering (of de globaliserende democratie) waarbij “democratie”, of de belofte ervan, slechts dient als voorwendsel.

WAARHEID

Alles bestaat rond de waarheid, zonder de waarheid is een samenleving op de lange termijn niet efficiënt.

Zolang instanties, organisaties en bedrijven zich ongemakkelijk voelen omwille van de waarheid moeten wij ernaar blijven zoeken.

PUBLIEKE MEDIA

Het primaire doel van de publieke (nieuws) media (omroepen) is het publiek op zodanige wijze informeren dat de waarheid altijd onthuld wordt. De waarheid kan niet verhuld blijven.

Het is de publieke media hun plicht om te rapporteren over de verschillende opvattingen die in een gemeenschap bestaan, zelfs wanneer deze opvattingen niet overeenstemmen met die van de overheid of overheden. Openbare media moeten dus een evenwichtige berichtgeving aanbieden waarbij alle burgers een gelijke kans hebben om hun stem te laten horen via de publieke media.

MENSENRECHTEN

Het Initiatief voor Omnicratische Partijen neemt de volgende verklaring van mensenrechten aan.

De basis ervan is te vinden in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, zoals deze op 10 december 1948 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties werd afgekondigd, terwijl de uitvoering ervan niet met de Verenigde Naties mag worden geassocieerd, aangezien het Initiatief het recht behoudt om onafhankelijk te blijven.

Het Initiatief ondersteunt niet noodzakelijkerwijs supranationale organisaties en entiteiten, noch onderschrijven we noodzakelijkerwijs hun beleid, opvattingen en acties. Leden of sympathisanten van het Initiatief voor Omnicratische Partijen kunnen dit natuurlijk individueel en onafhankelijk wel doen.

Verklaring van de Rechten van de Mens

Artikel 1

Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.

Artikel 2

Eenieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in deze Verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status.

Verder zal geen onderscheid worden gemaakt volgens de politieke, juridische of internationale status van het land of gebied, waartoe iemand behoort, ongeacht het een onafhankelijk, trust-, of niet-zelfbesturend gebied betreft, dan wel of er een andere beperking van de soevereiniteit bestaat.

Artikel 3

Eenieder heeft het recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon.

Artikel 4

Niemand zal in slavernij of horigheid gehouden worden. Slavernij en slavenhandel in iedere vorm zijn verboden.

Artikel 5

Niemand zal onderworpen worden aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.

Artikel 6

Eenieder heeft, waar hij zich ook bevindt, het recht als persoon erkend te worden voor de wet.

Artikel 7

Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder onderscheid aanspraak op gelijke bescherming door de wet. Allen hebben aanspraak op gelijke bescherming tegen discriminatie in strijd met deze Verklaring en tegen iedere ophitsing tot een dergelijke discriminatie.

Artikel 8

Eenieder heeft recht op daadwerkelijke rechtshulp van bevoegde nationale rechterlijke instanties tegen handelingen, welke in strijd zijn met de grondrechten hem toegekend bij Grondwet of wet.

Artikel 9

Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige arrestatie, detentie of verbanning.

Artikel 10

Eenieder heeft, in volle gelijkheid, recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie bij het vaststellen van zijn rechten en verplichtingen en bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging.

Artikel 11

11.1. Eenieder, die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, heeft er recht op voor onschuldig gehouden te worden, totdat zijn schuld krachtens de wet bewezen wordt in een openbare rechtszitting, waarbij hem alle waarborgen, nodig voor zijn verdediging, zijn toegekend.

11.2. Niemand zal voor schuldig gehouden worden aan enig strafrechtelijk vergrijp op grond van enige handeling of enig verzuim, welke naar nationaal of internationaal recht geen strafrechtelijk vergrijp betekende op het tijdstip waarop de handeling of het verzuim begaan werd. Evenmin zal een zwaardere straf worden opgelegd dan die welke ten tijde van het begaan van het strafbare feit van toepassing was.

Artikel 12

Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige inmenging in zijn persoonlijke aangelegenheden, in zijn gezin, zijn huis of zijn briefwisseling, noch aan enige aantasting van zijn eer of goede naam. Tegen een dergelijke inmenging of aantasting heeft eenieder recht op bescherming door de wet.

Artikel 13

13.1. Eenieder heeft het recht zich vrijelijk te verplaatsen en te vertoeven binnen de grenzen van elke Staat.

13.2. Eenieder heeft het recht welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren.

Artikel 14

Eenieder heeft het recht om in andere landen asiel te zoeken en te genieten tegen vervolging.

Artikel 15

15.1. Eenieder heeft het recht op een nationaliteit.

15.2. Niemand mag willekeurig zijn nationaliteit worden ontnomen, noch het recht worden ontzegd om van nationaliteit te veranderen.

Artikel 16

16.1. Zonder enige beperking op grond van ras, nationaliteit of godsdienst hebben mannen en vrouwen van huwbare leeftijd het recht om te huwen en een gezin te stichten. Zij hebben gelijke rechten wat het huwelijk betreft, tijdens het huwelijk en bij de ontbinding ervan.

16.2. Een huwelijk kan slechts worden gesloten met de vrije en volledige toestemming van de aanstaande echtgenoten.

16.3. Het gezin is de natuurlijke en fundamentele groepseenheid van de maatschappij en heeft recht op bescherming door de maatschappij en de Staat.

Artikel 17

17.1. Eenieder heeft recht op eigendom, hetzij alleen, hetzij tezamen met anderen.

17.2. Niemand mag willekeurig van zijn eigendom worden beroofd.

Artikel 18

Eenieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften.

Artikel 19

Eenieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden te zoeken, te ontvangen en door te geven.

Artikel 20

20.1. Eenieder heeft recht op vrijheid van vreedzame vereniging en vergadering.

20.2. Niemand mag worden gedwongen om tot een vereniging te behoren noch om niet tot een vereniging te behoren.

Artikel 21

21.1. Eenieder heeft het recht om deel te nemen aan het bestuur van zijn land, rechtstreeks of door middel van vrij gekozen vertegenwoordigers.

21.2. Eenieder heeft het recht om op voet van gelijkheid te worden toegelaten tot de overheidsdiensten van zijn land.

21.3. De wil en autoriteit van het volk zijn de grondslag van het gezag van de Staat; deze wil en autoriteit zullen tot uiting komen in periodieke en eerlijke verkiezingen, die gehouden zullen worden krachtens algemeen en gelijkwaardig kiesrecht en bij geheime stemmingen of volgens een procedure die evenzeer de vrijheid van de stemmen verzekert.

Artikel 22

Eenieder heeft als lid van de gemeenschap recht op maatschappelijke zekerheid en heeft aanspraak op, door middel van nationale middelen en internationale samenwerking en overeenkomstig de organisatie en de middelen van de betreffende Staat, de economische, sociale en culturele rechten die onmisbaar zijn voor zijn waardigheid en voor de vrije ontplooiing van zijn persoonlijkheid.

Artikel 23

23.1. Eenieder heeft recht op arbeid, op vrije keuze van beroep inclusief zelfstandig ondernemen, op rechtmatige en gunstige arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid.

23.2. Eenieder, zonder enige discriminatie, heeft recht op gelijk loon voor gelijke arbeid.

23.3. Eenieder, die arbeid verricht, heeft recht op een rechtvaardige en gunstige beloning, welke hem en zijn gezin een menswaardig bestaan verzekert, welke zo nodig met andere middelen van sociale bescherming zal worden aangevuld.

23.4. Eenieder heeft het recht om vakverenigingen op te richten en zich daarbij aan te sluiten ter bescherming van zijn belangen.

Artikel 24

Een ieder heeft recht op rust en op eigen vrije tijd, met inbegrip van een redelijke beperking van de arbeidstijd, en op periodieke vakanties met behoud van loon.

Artikel 25

25.1. Eenieder heeft recht op een levensstandaard, die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, inclusief voeding, kleding, huisvesting, geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van zijn wil.

25.2. Moeder en kind hebben recht op bijzondere zorg en bijstand. Alle kinderen genieten dezelfde sociale bescherming.

Artikel 26

26.1. Eenieder heeft recht op onderwijs; publiek onderwijs is kosteloos wat het lager en basisonderwijs betreft. Lager onderwijs is verplicht, om zo elk kind degelijke en eerlijke kansen te bieden, maar mag worden aangeboden en worden gevolgd in private en publieke sfeer. Algemeen onderwijs en beroepsopleidingen zijn algemeen beschikbaar. Hoger onderwijs staat open voor eenieder en volgens de begaafdheid.

26.2. Het onderwijs is gericht op de volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het promoot begrip, tolerantie en vrede.

26.3. Aan de ouders komt in de eerste plaats het recht toe om de soort van opvoeding en onderwijs te kiezen, welke aan hun kinderen zal worden gegeven.

Artikel 27

27.1. Eenieder heeft het recht om vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, om te genieten van kunst en om te delen in wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten daarvan.

27.2. Eenieder heeft het recht op de bescherming van de geestelijke en materiële belangen, voortspruitende uit een wetenschappelijk, letterkundig of artistiek werk, dat hij heeft voortgebracht.

Artikel 28

Eenieder heeft recht op het bestaan van een samenleving waarin de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, ten volle kunnen worden verwezenlijkt.

Artikel 29

29.1. Eenieder heeft plichten jegens de gemeenschap, zonder welke de vrije en volledige ontplooiing van zijn persoonlijkheid niet mogelijk is.

29.2. In de uitoefening van zijn rechten en vrijheden zal eenieder slechts onderworpen zijn aan die beperkingen, welke bij de wet zijn vastgesteld en wel uitsluitend ter verzekering van de onmisbare erkenning en eerbiediging van de rechten en vrijheden van anderen en om te voldoen aan de gerechtvaardigde eisen van de moraliteit, de openbare orde en het algemeen welzijn in een gemeenschap.

29.3. Deze rechten en vrijheden mogen in geen geval worden uitgeoefend in strijd met de doeleinden en beginselen van deze Verklaring.

Artikel 30

Geen bepaling in deze Verklaring mag zodanig mogen worden geïnterpreteerd dat welke Staat, groep of persoon dan ook daaraan enig recht kan ontlenen om iets te ondernemen dat of handelingen van welke aard ook te verrichten die de verwerping van een van de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, ten doel hebben.